Flashcards.nlLerenVreemde taal

Een vreemde taal leren met flashcards

Je doet je boek open. Tijd om het proefwerk Frans van donderdag voor te bereiden! Je leest de eerste woordenlijst zorgvuldig door. 'Le chômage' betekent 'de werkeloosheid'... 'promouvoir' is de vertaling 'promoten' en 'le réseau' is 'het netwerk'... 'la grève' betekent 'de staking'...

Na een tijdje begint je aandacht te verslappen. Wat was nu ook alweer de vertaling van 'de werkeloosheid'? Stond het accent circonflexe nou op de o of de a? Was dat ene woord nu vrouwelijk of mannelijk? Je zucht. Na deze woordjes over carrière heb je nog heel wat woordenlijsten te gaan. Ook liggen er nog flink wat zinnetjes op je te wachten. Hoe ga je dit allemaal afkrijgen voor donderdag?

Woordjes leren met flashcards

Of het nu gaat om Engels, Frans, Duits, Spaans of Italiaans: woordjes leren is niet makkelijk. Niet alleen moet je elk woord en de bijbehorende betekenis onthouden, ook moet je de spelling van buiten leren. Bij sommige talen moet je bovendien weten of het woord mannelijk of vrouwelijk is, en welk lidwoord daarbij hoort. Daar komt bij dat je voor een proefwerk vaak niet één maar meerdere woordenlijsten moet kennen.

Om een goed cijfer te kunnen halen, moet je dus heel wat stof onthouden! Het is daardoor soms lastig om gemotiveerd te blijven. Gelukkig is er een manier om woordjes leren een stuk makkelijker te maken. Door jezelf te overhoren met flashcards, worden je hersenen actief aan het werk gezet. Hierdoor zul je woordjes en zinnetjes sneller onthouden dan wanneer je ze enkel doorleest. Bovendien maakt dit het leren een stuk minder saai!

Stap voor stap aan de slag met flashcards

Weet je niet zo goed hoe je flashcards het beste kunt gebruiken? Wij leggen het je stap voor stap uit.

Stap 1
Maak een lijstje van alle pagina's uit het boek die je moet kennen. Hierdoor hou je het overzicht en weet je waar je aan toe bent.
Stap 2
Tijd om je flashcards erbij te pakken! Pak één kaartje en schrijf op de voorkant één woord in de vreemde taal. Op de achterkant schrijf je de Nederlandse vertaling. Als je visueel bent ingesteld, kun je er tevens voor kiezen om bij de vertaling een klein tekeningetje te maken.
Het invullen van de flashcards lijkt op het eerste gezicht misschien veel werk. Dat is het echter zeker waard: door de woordjes op te schrijven, ben je al bezig met het onthouden van de woordjes. Ook zul je de spelling van de woordjes hierdoor beter onthouden.
Stap 3
Als je alle woordjes op flashcards hebt gezet, is het tijd om jezelf te overhoren! Maak een stapel van alle flashcards en pak een kaartje van de stapel. Lees alleen de voorkant van het kaartje en probeer de vertaling voor de geest te halen. Heb je het goed? Leg het kaartje dan apart.
Had je het woordje fout? Maak je geen zorgen - oefening baart kunst! Leg het kaartje onderaan de stapel zodat je het straks nog een keer kunt proberen. Merk je dat je niet streng genoeg bent voor jezelf? Vraag dan een klasgenootje of familielid om je te overhoren. Dat is ook nog eens een stuk gezelliger!
Stap 4
Als je alle kaartjes goed hebt, kun je het proces nog eens herhalen met de andere kant van de flashcards. In dat geval lees je de Nederlandse vertaling en probeer je het buitenlandse woord op te noemen. Let hierbij goed op dat je ook de spelling van het buitenlandse woord goed hebt! Als je de woordjes extra goed wil kennen, kun je er ook voor kiezen om de woordjes op een los blaadje op te schrijven.
Stap 5
Heb je alle kaartjes aan beide kanten geoefend? Zorg er dan voor dat je kennis op peil blijft door de woordjes af en toe te herhalen. Hiervoor kun je bijvoorbeeld gebruik maken van het Leitner systeem.