Flashcards: een onmisbare tool voor je studie

Of je nu studeert voor juridisch medewerker of voor elektricien, achter de biologieboeken zit of culturele wetenschappen studeert - een studie kan behoorlijk overweldigend zijn, zeker in het begin. Elke week staan heel wat lessen en colleges gepland die allemaal voorbereid moeten worden, en er moeten regelmatig opdrachten worden ingeleverd. En vergeet de tentamens niet - bij sommige studies moet er voor één tentamen soms wel een heel boek geleerd worden.

Eén ding is zeker: alles op tijd afkrijgen en ook nog eens goede cijfers halen, is niet eenvoudig. Gelukkig is er een manier om het studeren wat makkelijker te maken. Flashcards geven je de mogelijkheid om jezelf te overhoren, waardoor je de stof sneller en beter onthoudt. Bovendien maakt dit het studeren een stuk leuker!

Wat zijn flashcards en hoe gebruik je ze?

Flashcards zijn kleine, stevige kaartjes van karton. Deze kaartjes zijn op beide zijden gelinieerd. Hierdoor zijn ze perfect om jezelf te overhoren voor een toets of tentamen. Wij leggen je uit hoe het werkt.

Stap 1
Maak een lijst van alle bladzijden, paragrafen of hoofdstukken die je moet leren voor de toets.
Stap 2
Lees (een deel van) de stof zorgvuldig door. Als je aan het einde van een alinea of bladzijde komt, pauzeer je even en kijk je terug op wat je zojuist gelezen hebt. Is deze stof belangrijk? Moet je deze informatie kennen? Als het antwoord 'ja' is, pak je je flashcards erbij.
Formuleer zoveel mogelijk vragen over de stof en schrijf deze vragen op de flashcards. Gebruik één flashcard per vraag: op de ene zijde van de flashcard schrijf je de vraag, op de andere kant noteer je het antwoord. Formuleer de vragen en antwoorden zo duidelijk en beknopt mogelijk.
Stap 3
Ga hiermee door totdat je alle stof gelezen hebt.
Stap 4
Het overhoren kan beginnen! Maak een stapeltje van de flashcards en zorg dat de kaartjes met de vraag naar boven liggen.
Stap 5
Pak het bovenste kaartje van de stapel en probeer de vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.
Stap 6
Draai het kaartje om. Als je de vraag goed had, leg je het kaartje apart. Was je antwoord fout of niet volledig? Leg het kaartje dan onderaan de stapel, zodat je het later opnieuw kunt proberen.
Stap 7
Herhaal dit proces totdat er geen kaartjes meer overblijven.
Stap 8
Herhaal de flashcards regelmatig om je kennis op peil te houden.

Een veelzijdige studietool

Flashcards kunnen niet alleen worden gebruikt om jezelf te overhoren voor een toets of tentamen, maar komen ook van pas als je een presentatie moet geven. Je kunt flashcards namelijk ook gebruiken als presentatiekaartjes.

Stap 1
Pak de tekst van je presentatie erbij en lees deze zorgvuldig door. Onderstreep belangrijke woorden of zinsdelen met een pen of een markeerstift. Let op: onderstreep geen hele zinnen. Hoe meer je onderstreept, hoe sneller je het overzicht verliest.
Stap 2
Verdeel de tekst in kleinere stukken. Zorg ervoor dat deze verdeling logisch is: verdeel de tekst bijvoorbeeld op basis van onderwerp of aan de hand van de dia's van je PowerPoint presentatie. De stukken tekst hoeven niet even lang te zijn.
Stap 3
Schrijf de belangrijke woorden (ook wel sleutelwoorden genoemd) of zinsdelen op de flashcards. Elke keer als je aan een nieuw deel van je presentatie begint, pak je een nieuwe flashcard. Onze tip: gebruik slechts één kant van de flashcards voor je notities. Als je op beide kanten schrijft, kijkt het publiek namelijk tegen je notities aan, wat hen kan afleiden van je presentatie.
Stap 4
Oefen de presentatie voor de spiegel en gebruik de flashcards als geheugensteuntje. Op een gegeven moment zul je de volledige tekst niet meer nodig hebben.
Stap 5
Neem de flashcards mee naar je presentatie. Mocht je iets vergeten, dan kun je altijd even naar je flashcards gluren. Je hoeft dus niet bang te zijn voor een black out! Bovendien geven de flashcards je een professionele uitstraling.